Contant

Ze zijn in opmars: de plekken waar je niet meer met contant geld kunt betalen. Even teruglezen wat Bob den Uyl hier in 1989 (in ‘Het land is niet ondankbaar’) over schreef:

“Als je in een beter hotel of restaurant met contant geld betaalt, wordt je aangekeken of je een armoedzaaier bent – ze hebben geloof ik nog liever een valse cheque dan echt geld. Ik zie aan het einde van de automatiseringswoede nog de dag aanbreken dat er een zeer verstandig iemand opstaat die aankondigt het bankbiljet weer te hebben uitgevonden, dat dan weer onder algemeen gejuich in gebruik zal worden genomen. Want dat niets tegen het bankbiljet opkan wat handigheid en betrouwbaarheid betreft, daarvan ben ik overtuigd.”

Het zou interessant zijn te zien wat ze doen bij een PIN-storing. Terwijl iedereen zijn bordje al leeg heeft kan er niet betaald worden. Je zal zien dat contant geld dan ineens weer wel acceptabel is.

Advertenties

Werkwoord

De overheid beschouwt haar burgers kennelijk als malloten, die door dit soort posters verleid moeten worden om glas in de glasbak te gooien. Daarvoor wordt glasbak als werkwoord gebruikt. Maar waarom? Nog verkeerd vervoegd ook (dit is op de abriposter dan vreemd genoeg weer gecorrigeerd, zie onderstaande foto). En waar dient die onsmakelijke scène met een maaltijd geserveerd op een glasbak voor (die overigens tegenwoordig vaak niet meer geel zijn)? Je zou er spontaan de glasbak door gaan mijden.

IMG_1993

Website Glasintbakkie.nl

Even de website van de campagne bezocht. Daar wordt een Balk misbruikt! En volop in KAPITALEN gecommuniceerd, wat volgens de netiquette nog altijd gelijk staat aan schreeuwen.

balkie

Dan heb ik toch toch liever deze poster uit België van keten Panos op het station voor ‘verwencroissants’:

IMG_1979

Nee/nee

Ook in België hebben ze ‘nee/nee’-stickers die je op je brievenbus kunt plakken. Subtiel verschil met de sticker die we hier kennen: je ontzegt niet de huis-aan-huisbladen de toegang, maar ‘gratis pers’.

Rood/zwart

Drie Belgische kranten, drie keer dezelfde opening. Waar bij de een de beleggers een sombere kerst wacht, is het voor de andere een bloedrode of juist een gitzwarte. Dat rood slaat op ‘rode cijfers schrijven’ (‘in de min’), dat zwarte is een donkere versie van somber. Gebroederlijk naast elkaar in het schap mag de lezer zijn favoriete versie kiezen.

Kaart

De Ordnance Survey kaarten schaal 1:50.000 (de ‘Landranger’ serie) hebben altijd tot mijn favoriete kaarten behoord. Vroeger zeulde je bij een beetje lange-afstandswandeling een dozijn van die kaarten mee, wat een aanzienlijke extra belasting voor je rug betekende. Daarom stuurde ik halverwege regelmatig een stel per post naar huis.

Nu zitten al die kaarten handig verborgen in je mobiele telefoon, bijvoorbeeld snel te raadplegen via http://www.gps-routes.co.uk. Je houdt eenvoudig de gewenste kaart open in je browser, wat trouwens minder data kostte dan ik aanvankelijk had gedacht (mede afhankelijk hoe vaak je de kaart nodig hebt natuurlijk).

Je kunt ook eenvoudig in- en uitzoomen op de digitale kaart, maar je komt dan óf in de autokaartenserie terecht, óf in de fijnmazigere 1:10.000 kaarten. Van beide is het kaartbeeld totaal anders en in mijn ogen veel beroerder. De kaarten op de grotere schaal zijn hooguit goed om overzicht te krijgen. De kaarten op kleinere schaal ontberen veel nuttige details, zoals hoogtelijnen, archeologie, wandelroutes; teveel om op te noemen eigenlijk.

OS-maps

Boottekst

Naam op een van de vele narrowboats op het Grand Union Canal. Wie daarop vaart moet geduld hebben. In het Grand Union Canal liggen talloze sluizen, die je allemaal zelf met de hand moet openen en sluiten. Als wandelaar over het jaagpad langs het kanaal ben je dan ook sneller.

Alle tijd om een originele bootnaam in de verplichte schaduw-letter op de boot te schilderen. Een kennelijke variant op “Live to work, Work to live” door een lasser (traditioneel zeggen de bootnamen iets over de eigenaar).

IMG_1874

 

Punt

Een punt is rond. Ook een meetpunt, al is het ongebruikelijk dat deze midden in een stoeptegel zit. Deze werd aangetroffen op een station, waar meer van Duitse origine te vinden is: de stationsklok, de kaartautomaat, de toegangspoortjes. En kennelijk ook het meetpunt, of nee, het ding heet een meetspijker of meetnagel, met als officiële naam kernnetbout. In Nederland gebruikt door landmeters om een meetpunt te markeren.

Volgens Wikipedia kan een meetspijker al dan niet voorzien zijn van een tekst. Er zijn verschillende maten:

  • lengte 45 mm, kop 15 mm, gekartelde schaft, geen opschrift
  • lengte 50 mm, kop 25 mm, geen opschrift
  • lengte 50 mm, kop 25 mm, opschrift ‘meetpunt’
  • lengte 50 mm, kop 25 mm, opschrift ‘Messpunkt’
  • lengte 50 mm, kogelkop 16 mm, geen opschrift
  • lengte 75 mm, kop 25 mm, opschrift ‘meetpunt’
  • lengte 100 mm, kop 25 mm, opschrift ‘meetpunt’

Twee meter verderop zat er nog een. Is dit de versie kogelkop, geen opschrift? Deze was wél tussen de tegels geslagen.

IMG_1978.jpeg